Home | Contact | Informatie | Blog

Blog

vrijdag, 16. januari 2015 - 14:47 uur
Ontkennen of erkennen?

Tijdens het lezen van een boek over de geschiedenis van de Noordzee – wat werkelijk helemaal niets met taalleren te maken heeft – schoot me ineens een lessituatie te binnen van enkele jaren geleden. Meer in het bijzonder: een lessituatie die ik toen helemaal verkeerd heb aangepakt, en waarvoor nu ineens een mogelijke oplossing in mijn hoofd opkwam.

In een groep volwassenen hadden we een verhaal over een vrouw die in een klein dorp woonde, daar tennis speelde en in het dorpscafe een man leerde kennen. De man vroeg vrijwel onmiddellijk of ze met hem wilde trouwen (of zoiets) en de vrouw zei “ja”. Grote consternatie bij een van de cursisten: dat kon absoluut niet, ze kende die man nog maar net een paar minuten en dan ga je toch zeker niet meteen trouwen! De cursiste was echt diep verontwaardigd. En ik? Ik deed het af met een lach en de opmerking dat deze verhaaltjes nu eenmaal een beetje bizar zijn. “It’s my story”, zoals ik had geleerd. Ik krimp nog ineen bij de herinnering, en kan alleen ter verdediging aanvoeren dat ik zelf nog niet zo lang met TPRS bezig was.

Wat ik me toen niet voldoende realiseerde is dat TPRS zoveel meer is dan alleen bizarre verhaaltjes. TPRS gaat ook, en vooral, om personaliseren, en om het erkennen van de leerling, diens behoeftes en belevingswereld. Maar wat ik in die les deed, was met een laconiek gebaar de belevingswereld, de overtuigingen van mijn cursiste van tafel vegen. Niet lang daarna is ze gestopt met de cursus.

Dus, wat te doen in zo’n situatie? Dit is ook een vraag die vaak gesteld wordt door onze cursisten in de Deeltijdopleiding. Wat moet ik doen als mijn leerlingen een bepaalde wending of een nieuw detail niet accepteren? Wanneer de hele klas protesteert is de keuze snel gemaakt: laat de klas zelf een ander detail of een andere wending bedenken. Maar wanneer vrijwel de hele groep het idee leuk vindt, en één persoon gaat steigeren, dan wordt het lastiger. Wat had ik kunnen doen in bovenstaand voorbeeld? Ik zie op dit moment twee opties:

Ik had de constructie “zou moeten” kunnen introduceren, en met de cursiste in gesprek kunnen gaan over wat de vrouw in het verhaal eigenlijk zou moeten zeggen. In dit geval doe ik geen concessie aan het verhaal (de vrouw zegt nog steeds “ja”), maar erken ik de bezwaren van de cursiste. Eventueel zouden we zelfs nog kunnen praten over de reden die de vrouw zou kunnen hebben om toch “ja” te zeggen, terwijl ze eigenlijk “nee” zou moeten zeggen.
Ik had de cursiste als personage in het verhaal kunnen opvoeren. Zij zou de vrouw ervan kunnen overtuigen om alsnog “nee” te zeggen.
Beide gevallen vereisten wel dat ik ter plekke een nieuwe (doel-)constructie had moeten invoeren. En in deze beginnersgroep zou dat een gevorderde zinsconstructie zijn, die in een ‘normaal’ curriculum nog lang niet aan de orde zou zijn gekomen. In een organische methodiek als TPRS, waar personaliseren hoog in het vaandel staat, is dit echter niet meer dan logisch. Ik vermoed dat deze cursiste, als ik zo wijs was geweest om met haar in gesprek te gaan, die gevorderde constructie van haar leven niet meer zou zijn vergeten. Omdat die “moeilijke” constructie de erkenning vormde van haar persoonlijke overtuigingen.


Ik ben heel benieuwd of jij wel eens zoiets hebt meegemaakt in je les. Hoe heb jij het aangepakt?

Kirstin Plante
Deze bijdrage is ook verschenen op het blog van het TPRS Platform

vrijdag, 16. januari 2015 - 14:45 uur
Ordeproblemen

Ordeproblemen, daar heb ik nog niet zoveel mee te maken gehad. Ik geef vooral les aan volwassenen, en af en toe aan een loslopende puber. Geen typische situatie voor klassenmanagement. Maar nu was ik dan toch aan de beurt. In een groep 50-plussers, nota bene!

In deze groep welwillende mensen bevindt zich een heel aardige mevrouw met psychiatrische problemen. Die uiten zich in de les door verwarring, onverwachte lachbuien en vooral heel veel aandacht vragen: vragen stellen over zaken die niets met de les te maken hebben, van de gekste woorden een vertaling willen, voortdurend van alles over zichzelf vertellen, liefst vijf keer hetzelfde verhaal, in zichzelf praten, niet meedoen met activiteiten en daar dan weer uitgebreid het excuus voor willen vertellen, enzovoort.

Vorige week liep de les helemaal de mist in, en ik heb twee dagen lopen broeden op wat ik nou verkeerd had gedaan en hoe ik dit gedrag verder in goede banen kan leiden. Nu had ik onlangs een masterclass Klassenmanagement gevolgd, die werd gegeven door Joyce van Ruiten. Zij maakte bij binnenkomst van de cursisten, of eigenlijk al vóórdat we binnenkwamen, duidelijk dat een heel groot deel van ordeproblemen voorkomen kan worden door proactief op te treden. Dat wil zeggen dat je van tevoren precies moet beslissen welke procedures (regels/afspraken) je hanteert en dat die ook voor iedereen glashelder zijn. Joyce gaf ons een flink aantal heel bruikbare, praktische technieken mee, maar voor mij was dit nu de belangrijkste: van tevoren beslissen wat ik wel en niet zou accepteren.

Ik heb, misschien doordat ik enig kind ben, nooit goed geleerd om géén aandacht te geven aan iemand die daar om vraagt. Ik kan me daar moeilijk voor afsluiten, dus als iemand tegen me praat, luister ik áltijd. Dat gaat meestal goed, behalve in zo’n situatie als ik hierboven beschreef. Ik heb dus voor mezelf moeten beslissen op welke pogingen tot aandachttrekkerij ik NIET zou ingaan. “Ha,” hoor ik jullie denken, “dat zou tijd worden dat je dat eens leert. Moet je eens bij mij in de klas komen lesgeven.” En daar hebben jullie helemaal gelijk in.

Uiteindelijk heb ik het opgelost door twee “regels” in te stellen. Regel 1: er mag alleen Spaans gesproken worden in de les (behalve wanneer ze iets voor mij moeten vertalen of een vraag hebben). Regel 2: op vragen die geen betrekking hebben op de lesstof ga ik niet in.

En, tadaaa: doordat ze alleen Spaans mogen spreken zijn alle verhalen over het leven van deze mevrouw in de kiem gesmoord. Ik hoef nergens meer op in te gaan, of verhalen af te breken. Het enige wat ik hoef te doen is zeggen: “no holandés”, en doorgaan met mijn les. En doordat de vragen alleen op de les mogen slaan, wordt het aantal vragen dat ze kan stellen met 90% verminderd.

Nu is het nog een kwestie van handhaven en ondertussen werken aan een goede relatie met deze mevrouw en met de andere cursisten. Het is nog steeds niet mijn gemakkelijkste groep, maar ik kom niet meer totaal uitgeput ervandaan.

Ik besef dat ik hier niets nieuws vertel – dit is een verhaal tussen vele anderen. Maar het belang van vooraf keuzes maken en deze helder aan de klas overbrengen heeft wel indruk op me gemaakt, daarom wilde ik het toch hier delen. En ik ben heel benieuwd: wat doen jullie in dit soort gevallen?

Kirstin Plante
Deze blogbijdrage is ook verschenen op het blog van TPRS Platform.

dinsdag, 13. November 2012 - 10:57 uur
Nieuwe pennen

De nieuwe pennen zijn binnen. Kom langs bij onze stand op de Taaltrainersdag in Breukelen op 17 november om er een te halen!

dinsdag, 13. November 2012 - 10:51 uur
TPRS op de basisschool

TPRS op de basisschool is toch wel echt iets anders dan TPRS op de middelbare school of aan volwassenen. Meer wisselen tussen activiteiten, meer begripscontroles, met name bij de jongere kinderen, want die vinden het helemaal niet erg als ze iets niet begrijpen. Ze kunnen heel blij en vrolijk meedoen met een liedje, meezingen en gebaren maken, zonder ook maar enig idee te hebben waar het liedje over gaat. Als docent heb je al snel het idee dat het uitstekend gaat :-) Maar juist vanwege hun grote tolerantie voor onbegrijpelijke taal is het voor de docent zaak om extra duidelijk te zijn en goed op te letten en te checken of het wel echt aankomt. In mijn demonstratie voor de onderbouw, gisteren op de studiedag/netwerkbijeenkomst Español en la primaria, ging ik daar goed mee de mist in. Mijn "kindertjes" (docenten Spaans) dachten dat ik het over vlechtjes en een pet had, waar ik een meisje en een jongen bedoelde! Gelukkig is dat weer goed gekomen, en heb ik ook weer wat geleerd :-)

Verder was de cursus TPRS voor het basisonderwijs weer erg leuk om te geven, en gezien de reacties van onze cursisten ook erg leuk om te volgen. Heb je interesse? In februari start weer een nieuwe cursus. Kijk bij "workshops" voor meer informatie.

dinsdag, 13. November 2012 - 10:48 uur
Zo fijn is coaching

De neiging bestaat om als je over een congres praat alleen over de inhoud van de workshops en de de workshopleiders te vertellen. Dat zal ik dan ook zeker nog doen. Maar op het TPRS-congres in Las Vegas van afgelopen zomer waren het ook de deelnemers die indruk maakten. Wat ik vooral bijzonder vond was de bereidheid van veel deelnemers om zich te laten coachen. Het is één ding om in een workshop te luisteren naar nieuwe informatie en een verwerkingsopdracht uit te voeren, iets heel anders is het om voor het kritisch oog van een groepje collega’s je nieuw verworven vaardigheden uit te proberen en je daarbij ook nog eens te laten coachen! Dit is, geloof mij, echt doodeng. En toch heeft de hele week de coachingszaal vol gezeten met docenten die deze stap durfden te zetten.
Ik ben zelf een aantal keer gecoacht en heb ook bij verschillende coachingsgroepjes gezeten om te observeren. Het was werkelijk verbluffend om te zien wat een sprong in hun ontwikkeling de docenten maakten die een half uurtje lesgaven onder begeleiding van een coach. Ik heb docenten gezien die in het begin na iedere zin stilvielen en na twintig minuten schijnbaar moeiteloos de ene vraag na de andere afvuurden. Docenten die van een stijve hark veranderden in een expressieve vragensteller, en docenten die in het begin niemand durfden aankijken stapten na twintig minuten oefenen al rechtstreeks op ‘leerlingen’ af om hen bij de les te betrekken. De aanmoediging en de vriendelijke en concrete hulp van de coaches bracht deze docenten niet één, maar meerdere stappen verder. Ik heb met ontroering zitten kijken naar de bemoedigende houding van de docenten die even ‘leerling’ waren, de moed van docenten om de sprong in het diepe te wagen, en het gegroeide zelfvertrouwen (en de opluchting) wanneer ze hun beurt afsloten.

Kirstin

dinsdag, 13. November 2012 - 10:47 uur
Hotelschooljargon personaliseren

Tijdens mijn Spaanse lessen op de Hotelschool oefen ik het ‘huis-tuin-en-keuken’ Spaans graag d.m.v. persoonlijke gesprekjes met mijn studenten. Op die manier bepalen zij voor een groot deel de onderwerpen die aan bod komen, terwijl ik via het stellen van allerlei cirkelvragen ervoor zorg dat de relevante grammaticale structuren voldoende aan bod komen.
Ook het inoefenen van vakjargon en standaard hotellerie-structuren vormt echter een belangrijk onderdeel van de les. Maar ja, hoe maak je iets wat standaard is nu interessant en persoonlijk?

Voor mij heeft personalisatie in TPRS altijd betekend ‘cirkelvragen stellen rondom de interesses/voorkeuren/ervaringen van je studenten’, maar nadat ik deze zomer naar de TPRS-Conferentie in Las Vegas ben gegaan, is het me meer en meer duidelijk geworden dat een eenduidige interpretatie van ‘persoonlijk’ niet bestaat. Voor de ene docent is het bepalen dat ‘student X een fan is van Y’ persoonlijk, omdat je de les opbouwt rondom deze student (ook al is hij/zij in het echte leven misschien helemaal geen fan van Y), terwijl de ander een kort klassengesprekje aan het begin van de les over het thema van die dag, om het ijs te breken en de groep een bepaalde focus bij te brengen, al voldoende vindt.
Dit inzicht gaf me nieuwe inspiratie om verder te gaan experimenteren: vorige week ben ik weer begonnen met lesgeven, en heb ik mijn studenten als opdracht gegeven hun favoriete (droom-)restaurant & hotel, en favoriete persoon te tekenen, met daarbij een paar steekwoorden in het Spaans. Deze tekeningen heb ik voor mezelf gekopieerd, zodat ik ze het hele blok (= bij ons acht weken) bij de hand heb. Vervolgens heb ik samen met de studenten een setting gecreëerd waarin droomhotel X en favoriete persoon Y (= voorkeuren van willekeurige studenten) de hoofdrol spelen. Eén van mijn studenten was de receptionist. Toen heb ik samen met hen de checking-in procedure via het stellen van cirkelvragen doorgenomen (“Zegt Priscilla (=student/receptioniste) tegen persoon Y Goedemiddag, meneer/mevrouw Y, welkom in hotel X. Waar kan ik u mee van dienst zijn? of zegt ze Goedemiddag, mag ik je paspoort” etc. etc.).

De studenten keken in het begin nogal op van deze ‘kinderachtige’ werkwijze, maar vonden het gaandeweg wel grappig, had ik het idee. Voor mij was het echter hard werken, omdat ik merkte dat mijn studenten gehinderd werden door hun algemene kennis van de check-in procedure (“Maar je zegt als receptionist toch niet alleen de naam van het hotel, maar ook je eigen naam??” etc.). Hierdoor luisterden ze niet goed naar hoe ze deze standaard stappen in het Spaans moeten zeggen. Dat had ik niet voorzien..!

Nou ja, ik probeer dit de komende weken bij te stellen en dan hoop ik dat ik wat handiger wordt in deze werkwijze. Ik houd jullie op de hoogte van mijn vorderingen!
Groetjes, Iris

dinsdag, 13. November 2012 - 10:40 uur
De kunst van het cirkelen

Cirkelen, één van de basisvaardigheid binnen TPR Storytelling, is het zodanig flexibel omspringen met de verschillende cirkelvragen en zinsdelen dat het de leerlingen niet opvalt dat je keer op keer vragen stelt waarop het antwoord besloten ligt in de doelconstructie; deze zijn immers vooral bezig met de betekenis van al die verschillende vragen.
Juist het constant belichten van die verschillende zinsdelen uit de doelconstructie kan echter wellicht op den duur saai worden, zowel voor jezelf als voor je leerlingen.

De volgende tips kunnen je misschien helpen het cirkelen een grotere dynamiek te geven:

1) Stel niet alleen inhoudsvragen, maar vraag ook eens naar de betekenis van een grammaticaal element (“* Waarom staat hier ‘was’ en niet ‘waren’? * Omdat het over Julia gaat, en niet over Julia en Joris.”);

2) Focus in je vraagstelling niet alleen op de hele groep, maar spring regelmatig naar een individuele leerling (en weer terug).

3) Stimuleer de leerlingen om met hele zinnen te antwoorden door de vraag niet toe te spitsen op één zinsdeel, maar op meerdere zinsdelen tegelijk (“* Zit Victor om 10 uur ’s avonds nog te werken of zit hij al om half negen voetbal te kijken? * Victor zit om 10 uur ’s avonds nog te werken.”);

4) Ook kun je kleinere groepjes in je klas tegen elkaar ‘uitspelen’, bijvoorbeeld jongens vs. meisjes, linker- vs. rechterkant van de klas etc. etc . Dit werkt vooral goed wanneer je vist naar nieuwe details om het verhaal/de scene verder te brengen: “* (docent) Sander gaat naar een concert. Meisjes, naar welk concert gaat Sander? *(meisjes): naar een concert van Justin Bieber! *(docent) Jongens, gaat Sander naar een concert van Justin Bieber..???? * (jongens) Nee, naar een concert van Normaal!”, etc. etc.

Ik hoop dat jullie deze tips nuttig vinden!

dinsdag, 13. November 2012 - 10:39 uur
Een prijs voor salto's

Volwassen mensen betalen grif geld voor dure cursussen om te leren wat een kind van rond de acht jaar zomaar uit zichzelf doet. Zie een kleurig koffietentje in Leeuwarden. Op tafel staat een kaartenhouder met een aanbeveling van koffie met appelgebak erin. Een jongetje van acht haalt het kaartje eruit en bestudeert de spiraalvorm van het houdertje. “Dit zou ook een prijs kunnen zijn”, zegt hij, en mijmert verder: “een prijs voor mensen die salto’s kunnen maken, kijk maar.” Zijn vinger glijdt over de spiraal en toont aan waarom dit zo’n goede prijs voor salto’s makende mensen zou zijn. Ik kijk toe en besef dat dit creativiteit is: connecties zien waar niemand anders ze ziet, mogelijkheden en verhalen vinden in dagelijkse dingen. Dit is ook de manier van denken die we in TPRS proberen te bevorderen bij onze leerlingen, en niet in de laatste plaats bij onszelf. Dit is de manier van denken waardoor verhalen écht verrassend worden. Ik dacht van mezelf, na jaren TPRS, dat ik al best wat leuke gedachtensprongen kon maken. Maar sinds het koffietentje weet ik dat ik nog veel moet leren. Ik begin meteen: “Hee, een gaatjesprikker. Dat zou ook een ... kunnen zijn!”
Wie heeft een leuk idee?

woensdag, 25. April 2012 - 10:24 uur
Einde van het jaar

Ja, de meesten van jullie staan nog wel een paar maanden voor de klas, maar mijn cursus voor volwassenen loopt alweer op het eind. De laatste les van het jaar zondig ik altijd even tegen het input-vóór-alles-principe, en laat ik mijn cursisten een hele les lang zelf praten. De beginners krijgen de belangrijkste structuren van de afgelopen cursus op het bord, de gevorderden mogen zelf wat bedenken. Een leuke conversatie-ketting is de volgende. We werken in tweetallen.
-stel je partner drie vragen. Probeer iets bijzonders te weten te komen, dus denk goed na over leuke/aparte vragen.
- je partner beantwoordt de vragen. Op één vraag geeft hij/zij een verzonnen antwoord, de "mentira" (leugen).
- noteer de antwoorden en wissel van rol.
- wissel van partner.
- vertel je nieuwe partner wat je vorige gesprekspartner je heeft verteld. Je nieuwe partner noteert de antwoorden.
- wissel van rol.
- je hebt nu informatie over iemand met wie je zelf niet hebt gesproken. Vertel die informatie aan de klas. Welke informatie denk jij dat gelogen is?

In deze oefening komen zowel de 1e, 2e als 3e persoon aan bod. Bij de beginners schrijf ik vóór iedere ronde de juiste vormen op het bord.
Bij het aan de klas vertellen/voorlezen van de informatie stel ik, als het wat veel is of voor sommigen onbekende woorden bevat, begripsvragen om de informatie in stukjes op te delen en begrijpelijk te maken.

In aansluiting hierop kun je een liedje laten horen (en lezen) dat over liegen gaat. In het Spaans: Vamos a contar mentiras (kinderliedje), of La Paga van Juanés.

Laat het ons weten als je dit hebt uitgeprobeerd!

Kirstin

woensdag, 25. April 2012 - 10:14 uur
Vaart in het verhaal

Afgelopen week heb ik weer eens een ouderwets verhaal gebouwd met mijn klas (een nieuwe groep, enige voorkennis).
Inhoudelijk was mijn doelstelling de verleden tijden te introduceren, gekoppeld aan vocabulaire gerelateerd aan een hotel (receptie, vijf sterren, restaurant, check-in etc.). Qua vorm wilde ik graag wat meer vaart in het verhaal, omdat ik regelmatig aanloop tegen het feit dat ik blijf ‘hangen’ in minder belangrijke details van het verhaal.
De vaart lukte prima; ik ging met grote stappen van scene naar scene. Mijn aandacht voor het cirkelen verslapte hierbij echter, terwijl ik heel goed weet dat dít juist de basis is van TPRS! Volgende keer ga ik proberen een betere dynamiek te creeeren tussen acties (de verschillende scenes) en de details (het inkleuren van deze scenes). Door deze betere dynamiek komt het verhaal automatisch beter op gang. Hebben jullie hier ervaring mee? Hoe pak je dit aan?
Grappig is dat je er zelf wel van kunt balen dat je verhaal niet uit de steigers kwam, maar dat je leerlingen elkaar dan weer aanstootten met de opmerking ”this is so much more fun than our English course”. Dat geeft de burger weer moed .
Met dank aan Kirstin voor de fijne observaties!!
Iris

Oude bijdrage

Start sessie